Frequentie van het vervangen van een urineopvangzak (in thuissituatie)

algemene gegevens

Auteurs: Sanne Aerts, Inge Jochems-van den Boer & Karin Roelands (wijkverpleegkundigen Thebe Wijkverpleging)
Autorisator: Peter Hoegen (Avans Hogeschool)
Datum: dec 2018

de aanbeveling

- Wij adviseren om de urineopvangzak om de 7 tot 10 dagen te vervangen (of vaker op indicatie).
Er komen niet vaker urineweginfecties voor als de zak langer dan 3 dagen gebruikt wordt.
- Niveau van bewijs: B

.

Stap 1: Ask

Klinisch Scenario

Bij Thebe Wijkverpleging zijn er geregeld cliënten met een blaaskatheter in zorg. Deze blaaskatheter
wordt voor de nacht aangesloten op een beenzakje of op een urineopvangzak. Overdag wordt
de opvangzak afgekoppeld, geleegd en bewaard voor de volgende nacht. Hoewel het protocol
voorschrijft dat de opvangzak elke 2 tot 3 dagen vervangen moet worden voor een nieuwe,
vergoedt de zorgverzekeraar slechts 1 keer per week een nieuwe opvangzak. Verpleegkundigen
vragen zich af welke frequentie van vervangen het beste is voor de preventie van urineweginfecties
(UWI).

PICO

P: Cliënten in de wijk met een blaaskatheter
I: Frequentie van het verwisselen van de urineopvangzak
C:
O: Urineweginfecties

De Vraag

Met welke frequentie van het verwisselen van de urineopvangzak is de kans op urineweginfecties het kleinst voor cliënten in de wijk met een blaaskatheter?

Stap 2: Acquire

De Zoekstrategie

Search: PubMed, EMBASE en Google tot 2018.
Zoektermen: urinary catheter, bladder catheter, indwelling catheter, frequency, change, exchange,
collection bag, drainage system, drainage bag, collection system, cystitis, bladder infection, urinary tract
infection en UTI.
Resultaten: 1 richtlijn [1], 1 review[2] en 1 RCT[3].

Stap 3: Appraise

De Kritische Beoordeling

De richtlijn is beoordeeld aan de hand van het AGREE-II instrument; de review en de RCT met de
beoordelingsformulieren van het Joanna Briggs Institute. De richtlijn [1] kreeg een kwaliteitsscore
van 75% en een positieve aanbeveling voor gebruik. De review [2] was van een matige kwaliteit, met
slechts op 5 van de 11 onderdelen een positieve beoordeling. Dit werd onder meer veroorzaakt
door het ontbreken van details over de zoekstrategie en informatie over de beoordeling van de
geïncludeerde studies. De RCT [3] werd op 7 van de 13 onderdelen positief beoordeeld. Over 6
onderdelen van de beoordeling ontbrak in het artikel informatie, waardoor deze de beoordeling
‘onduidelijk’ kregen. Toch wordt het risico op vertekening in deze RCT niet groot geacht, omdat
voor het vaststellen van een urineweginfectie een objectieve laboratoriumtest is gebruikt.

De Resultaten

Op basis van dezelfde RCT die in deze CAT wordt gebruikt, stelt de richtlijn [1] dat de urineopvangzak
langer dan 3 dagen gebruikt kan worden. In de RCT [3] werd het beleid van elke 3 dagen wisselen
(N=79) vergeleken met een niet-wisselen beleid (N=74). De RCT was uitgevoerd bij 153 patiënten
die klinisch opgenomen waren op een interne afdeling. Patiënten dienden minimaal 3 dagen een
CAD te hebben voor ze gerandomiseerd werden. De onderzoekers namen en beoordeelden een
urinemonster, niet alleen bij het inbrengen maar ook na elke 7 dagen, bij het verwijderen van de
katheter en bij een vermoeden van een UWI. De gemiddelde verblijfsduur van de CAD was 10,1
(range 4-24) dagen bij de ‘3 dagen wissel’ groep en 9,5 (range 4-29) dagen bij de ‘geen wissel’
groep. Er werden geen statistische verschillen tussen beide groepen patiënten gevonden in het
ontstaan van symptomatische UWI’s. Een UWI kwam bij 13,9% (11 van de 79) van de elke ‘3 dagen wissel’ groep voor en bij 10,8% (8 van de 74) in de ‘geen wissel’ groep. Het risicoverschil
was 3,1% met een 95% betrouwbaarheidsinterval van -7,8% tot 13,8%. Er was ook geen verschil
t.a.v. asymptomatische UWI (36,7% versus 36,5%).
Hoeveel langer dan 3 dagen de urineopvangzak gebruikt kan worden, is op basis van deze RCT
niet vast te stellen. De onderzoekers bevelen wel aan om bij langdurig gebruik een urineopvangzak
met een aftapkraantje te kiezen en deze eens per week te vervangen. Ook stelt men dat het niet
nodig is om de urineopvangzak te vervangen als deze korter dan 10 dagen gebruikt gaat worden,
tenzij sprake is van een zichtbare verontreiniging.
In de review [2] concludeert men op basis van andere onderzoeken eveneens dat het verwisselen
van een herbruikbare opvangzak eens per week kan gebeuren. Wel wordt hierbij aangetekend dat
goed uitgevoerde RCT’s die dit onderbouwen maar in beperkte mate gevonden zijn. De onderzoekers
raden daarom aan om ook naar de voorschriften van de fabrikant van het materiaal te
kijken en deze op te volgen.

Stap 4: Apply

De Conclusie

Er zijn weinig studies om te bepalen hoe vaak de urinezak verwisseld moet worden. Het vervangen van de urinezak elke 7-10 dagen lijkt niet meer UWI’s op te leveren dan bij een vervanging elke 3 dagen. Het advies uit de huidige richtlijn en literatuur is daarom dat volstaan kan worden met elke 7-10 dagen de urinezak te verwisselen, tenzij er sprake is van een kapotte of zichtbaar verontreinigde opvangzak of als de fabrikant een kortere termijn voorschrijft.

De Aanbeveling

- Wij adviseren om de urineopvangzak om de 7 tot 10 dagen te vervangen (of vaker op indicatie).
Er komen niet vaker urineweginfecties voor als de zak langer dan 3 dagen gebruikt wordt.
- Niveau van bewijs: B

Stap 5: Assess

Toepassing in de praktijk

De uitkomst van dit literatuuronderzoek wordt na bespreking met collega wijkverpleegkundigen in de EBP-werkgroep voorgelegd aan het managementteam, dat na instemming opdracht kan geven tot het aanpassen van de protocollen. We bevelen aan de urineopvangzak (met aftapkraantje) bij cliënten met een blaaskatheter eens in de 7 tot 10 dagen te verwisselen i.p.v. elke 2 tot 3 dagen, tenzij er sprake is van een indicatie om eerder te wisselen. Indicaties zijn een zichtbare verontreiniging van de zak, defecten, of op voorschrift van de fabrikant. Ook wordt in het protocol aangevuld dat wanneer een opvangzak korter dan tien dagen gebruikt wordt, deze niet hoeft te worden gewisseld.

Bronvermelding

1. Verenso. Richtlijn blaaskatheters, langdurige blaaskatheterisatie bij patiënten met complexe multimorbiditeit.
Utrecht: Verenso 2011.
2. Bradley SM, Schweon SJ, Mody L, et al. Identifying safe practices for use of the urinary leg bag drainage
system in the postacute and long-term care setting: An integrative review. Am J Infect Control
2018;46(9):973-979.
3. Keerasuntonpong A, Thearawiboon W, Panthawanan A, et al. Incidence of urinary tract infections in
patients with short-term indwelling urethral catheters: a comparison between a 3-day urinary drainage
bag change and no change regimens. Am J Infect Control 2003;31(1):9-12

Geef een reactie