Hyperoxygenatie bij preterme pasgeborenen.

algemene gegevens

Auteurs: Roos Sterk
Autorisator: Joke Wielenga
Datum: sep 2015

de aanbeveling

• Hyperoxygenatie komt regelmatig voor en kan mogelijk worden tegengegaan door scholing van
verpleegkundigen.
• Het verdient de voorkeur om saturatiewaarden en zuurstoftoediening, verkregen uit bedside
monitoring en verpleegkundige rapportagesystemen, automatisch en continu te laten vastleggen.
• Niveau van bewijs: C

Stap 1: Ask

Klinisch Scenario

Toediening van te veel zuurstof kan schadelijk zijn voor ernstig zieke patiënten en is geassocieerd
met hogere sterfte. Bij preterme pasgeborenen is bewezen dat zuurstof in (te) hoge dosis schade kan
veroorzaken aan ogen (retinopathie), longen (broncho-pulmonaire dysplasie) en hersenen (intraventriculaire hemorragie). Deze risico’s waren de aanleiding tot een literatuuronderzoek naar de
beste werkwijze ter voorkoming van hyperoxygenatie bij pasgeborenen met zuurstoftoediening >21%,
opgenomen op een Intensive Care Neonatologie (NICU).

PICO

P: Pasgeborenen met zuurstoftoediening >21%
I: Management grenzen zuurstofoxygenatie
C: -
O: Hyperoxygenatie

Stap 2: Acquire

De Zoekstrategie

Search: PubMed, Cochrane en CINAHL. Limiet: artikelen niet ouder dan tien jaar, gepubliceerd in
Nederlands of Engels. De referenties van de gevonden artikelen zijn bekeken op andere mogelijk
relevante publicaties.
Zoektermen: oxygen, oximetry, saturation, oxygenation, infant, newborn, neonate, nursing assessment,
nursing care, nursing policy, clinical protocol, treatment protocol, nursing protocol, practice guideline,
intensive care unit, neonatal, NICU.
Resultaten: 2 before-after studies [1,2] en 1 cohort studie³

Stap 3: Appraise

De Kritische Beoordeling

Methode van onderzoek:
Ford et al. [1]
beschrijft de implementatie van een protocol voor het invoeren van zuurstof saturatiegrenzen
en het effect hiervan op de gemeten saturaties (SpO2) bij pasgeborenen met een extreem laag
geboortegewicht. Van alle pasgeborenen met een geboortegewicht <1500 g en met zuurstoftoediening
werd in de eerste 100 dagen van hun leven dagelijks de gemiddelde SpO2 berekend. De SpO2 werd
elk uur automatisch gedownload van de monitor naar het verpleegkundig rapportage systeem. Deze
waarden werden geverifieerd door de verpleegkundige, die op basis van de gegevens de zuurstof
eventueel aanpaste. Kritische kanttekeningen bij deze studie zijn de handmatige verificatie van de
gegevens door verpleegkundigen en het feit dat er geen continue SpO2 metingen werden uitgevoerd.
Deuber et al.²
deed een studie naar het effect van scholing van hulpverleners op de blootstelling aan
hyperoxygenatie bij extreem prematuren met zuurstoftoediening >3-5 dagen. De SpO2 gegevens werden
in grafieken weergegeven d.m.v. bedside monitor. In de pre-interventie groep werden de metingen elk
uur handmatig door de verpleegkundige ingevoerd. In de postinterventie groep werden alle gemeten
SpO2 waardes (continu gemeten door de bedside monitor) automatisch gedownload. Het onderzoek is
goed uitgevoerd. De onderzoeker gebruikt valide instrumenten en beschrijft selectiebias en de mogelijke
invloed hiervan op de resultaten. Van Zanten et al.³
deed een cohortstudie naar de frequentie en de duur van SpO2 ≥95% bij prematuren met extra zuurstof i.v.m. apnoe, bradycardie, cyanose (ABC). Alle
prematuren <32 weken met “continuous positive airway pressure” werden geïncludeerd. Klinische
parameters (hartfrequentie, saturatie en toegediende zuurstof) werden elke minuut opgeslagen in het
elektronisch patiëntendossier (PDMS). Bij elke ABC werden de volgende gegevens geregistreerd en
geanalyseerd: duur en diepte van bradycardie, duur en diepte SpO2 ≤80%, de baseline toegediende
zuurstof (FiO2), de extra toegediende FiO2 en de incidentie en duur van SpO2 ≥95%. Tijdens elke ABC
werd de blootstelling aan SpO2 ≥95% versus geen SpO2 ≥95% genoteerd. De studie is goed uitgevoerd.
De onderzoeker onderbouwt de keuze voor de patiëntenpopulatie en verklaart mogelijke vormen van
selectiebias. Voor de dataverzameling zijn valide meetinstrumenten gebruikt.

De Resultaten

Resultaten van de studie van Ford et al. [1]
laten zien dat de nieuwe werkwijze resulteerde in een daling
van de hyperoxygenatie van 78% naar <40% (p=0.001). De gemiddelde tijd dat een patiënt de gewenste
zuurstof saturatie van 90%-94% kreeg, steeg van 20% naar >40% (p=0.001). Scholing was nodig om
deze verbetering vast te houden op lange termijn. Deuber et al.²
vond een significante toename van
kennis in de postinterventie periode in vergelijking met de pre-interventie periode (p=0.000). Echter,
de tijd waarin de saturatie zich boven de gewenste grenzen van 88%-92% bevond, daalde niet in de
postinterventie periode (p=0.047). Van Zanten et al.³
laat zien dat hyperoxygenatie (SpO2 ≥95%) bij
79% van de prematuren voorkomt wanneer extra zuurstof wordt gegeven na een ABC. De duur van de
hyperoxygenatie was significant langer dan de bradycardie en de duur van de SpO2 ≤80% (p<0.001). De
duur van SpO2 ≥95% duurde langer bij prematuren met een FiO2 baseline van 21% dan bij prematuren
met een baseline FiO2 >21% (p<0.05). De onderzoekers concluderen dat de zorgverleners zich goed
bewust moeten zijn van de risico’s van hyperoxygenatie bij het toedienen van extra zuurstof na een ABC.

Stap 4: Apply

De Conclusie

Uit de artikelen komt naar voren dat het in kaart brengen van perioden van hyperoxygenatie bij preterme pasgeborenen d.m.v. verschillende methoden wordt uitgevoerd, waaronder van minuut tot minuut automatische bedside monitoring. Dit geeft de verpleegkundige continu inzicht in de SpO2 waarden. Scholing lijkt zinvol, hoewel het effect op hyperoxygenatie niet eenduidig is.

De Aanbeveling

• Hyperoxygenatie komt regelmatig voor en kan mogelijk worden tegengegaan door scholing van
verpleegkundigen.
• Het verdient de voorkeur om saturatiewaarden en zuurstoftoediening, verkregen uit bedside
monitoring en verpleegkundige rapportagesystemen, automatisch en continu te laten vastleggen.
• Niveau van bewijs: C

Stap 5: Assess

Toepassing in de praktijk

Uit de artikelen komt naar voren dat het in kaart brengen van perioden van hyperoxygenatie bij preterme pasgeborenen d.m.v. verschillende methoden wordt uitgevoerd, waaronder van minuut tot minuut automatische bedside monitoring. Dit geeft de verpleegkundige continu inzicht in de SpO2 waarden. Scholing lijkt zinvol, hoewel het effect op hyperoxygenatie niet eenduidig is.

Bronvermelding

1. Ford SP, Leick-Rude MK, Meinert KA, et al. Overcoming barriers to oxygen saturation targeting,
Pediatrics 2006;118(2):177-186.
2. Deuber C, Abbasi S, Swoebel A, et al. The toxigen initiative, targeting oxygen saturation to avoid
sequelae in very preterm infants, Advances in Neonatal Care 2013;13(2):139-145.
3. van Zanten HA, Tan RN, de Man-van Ginkel, et al. The risk for hyperoxaemia after apnoea, bradycardia
and hypoxaemia in preterm infants, Arch Dis Child Fetal Neonatal Ed 2014;99(4):269-273.

Geef een reactie