Sucrose bij kinderen ouder dan 4 weken.

Let op: Deze CAT is verouderd en verdient een update! Start update!

algemene gegevens

Auteurs: Margo Jansen
Autorisator: Jolanda Maaskant
Datum: aug 2012

de aanbeveling

• Orale sucrose werkt mild pijnstillend bij kortdurende pijn tot de leeftijd van 1 jaar.
• Verder onderzoek naar hoeveelheid en concentratie van sucrose binnen deze groep is gewenst.
• Er is onvoldoende bewijs voor het gebruik van sucrose bij kortdurende pijn bij kinderen ouder dan 1 jaar.
• Niveau van evidence: level A

Stap 1: Ask

Klinisch Scenario

Op de afdeling chirurgie-zuigelingen van het Emma Kinderziekenhuis - AMC krijgen pasgeborenen met een gecorrigeerde leeftijd van < 4 weken orale sucrose bij een ingreep die kortdurend pijn geeft.
Eerdere studies hebben namelijk aangetoond dat de pijnreacties tijdens of na de pijnlijke ingreep verminderen. Bij kinderen vanaf 4 weken is het echter onbekend of zoete oplossingen (zoals sucrose en glucose) leiden tot pijnvermindering bij pijnlijke ingrepen. Op zoek naar bewijs.

PICO

P: Kind ouder dan 4 weken
I: Sucrose of andere zoete oplossingen
C: Geen sucrose
O: Pijn

Stap 2: Acquire

De Zoekstrategie

Gezocht in de Cochrane database, Pubmed en CINAHL naar systematic reviews (SR) en gerandomiseerde studies (RCTs). Zoektermen: oral sucrose, sweet solutions, pain reduction, analgesia, infants, children.
De resultaten van de zoekstrategie zijn:
1. Een systematic review (Harrison 2010 [1]) om de effectiviteit te evalueren van sucrose of glucose als pijnstiller bij vaccinaties bij kinderen van 1 tot 12 maanden.
2. Een systematic review (Harrison 2011²) om de pijnstillende werking van zoete stoffen bij pijnlijke ingrepen vast te stellen bij kinderen van 1 tot 16 jaar.

Stap 3: Appraise

De Kritische Beoordeling

De SR door Harrison 2010 [1] beschrijft studies over de effectiviteit van zoete oplossingen als pijnstiller bij kinderen tot 1 jaar. Inclusie criteria zijn (1) RCT’s, (2) zuigelingen van 1 tot 12 maanden, (3) sucrose, glucose of een andere zoete oplossing in vergelijking met water of geen interventie, toegediend tijdens een pijnlijke handeling en (4) huilgedrag, pijnscore (volgens gevalideerde schalen) en fysiologische metingen als uitkomsten.
De SR wordt goed uitgevoerd. Twee onafhankelijke onderzoekers beoordelen de studiekwaliteiten en de resultaten. Meningsverschillen worden opgelost door consensus. Het is niet duidelijk of soortgelijke stappen in de selectie van studies zijn gezet. In totaal worden 14 RCT’s geïncludeerd in de SR. Deze 14 studies zijn van goede kwaliteit. Blindering van de randomisatie wordt in 12 RCTs vermeld en in 12 RCTs wordt kennis van de toegewezen interventie voorkomen.

De Resultaten

In totaal worden in deze 14 studies 1674 injecties gegeven.
Uit 3 studies met in totaal 150 patiënten blijkt dat sucrose of glucose oplossingen een significante vermindering van het huilgedrag geeft na een injectie (WMD -10%, 95% CI -18% tot -2%). Uit 3 studies met in totaal 243 patiënten blijkt een significante vermindering van incidentie van huilen (RR 0.80, 95 % CI 0.69- 0.93). Uit 6 studies met 716 patiënten blijkt de huilduur niet significant te zijn (WMD -16 sec., 95% CI -32 tot 0.08).
Harrison et al. geven toe dat de bevindingen van de studies moeilijk te vergelijken en te interpreteren zijn, als gevolg van de gemeten variabele factoren. Naast variatie in de concentratie, hoeveelheid, tijdstip en het soort zoete oplossing, werden in sommige studies ook andere interventies verricht, zoals plaatselijke verdovende crème en afleiding. Deze heterogeniteit van de studies maakte verdere meta-analyse onmogelijk.

De SR van Harrison 2011² beschrijft studies over de effectiviteit van zoete oplossingen als pijnstiller bij oudere kinderen. De onderzoekers hanteren dezelfde inclusie criteria, maar richten zich op kinderen van 1 tot 16 jaar. Ook deze SR wordt goed uitgevoerd. In totaal worden 4 RCTs geïncludeerd. Twee studies worden uitgevoerd bij peuters en kleuters. Deze studies met 80 patiënten geven tegenstrijdige resultaten en de meta-analyse geeft een niet-significant resultaat (WMD -32.50, 95% CI -117 tot 52). Twee studies worden uitgevoerd bij kinderen van 4 tot 16 jaar. Uit deze 2 studies bij 111 patiënten blijkt geen verschil in pijnscores wanneer een kind gezoete of ongezoete kauwgum voor een vaccinatie of bloedprik krijgt (WMD 0.15, 95% CI -0.61 tot 0.30).

Stap 4: Apply

De Conclusie

1. Sucrose of glucose gegeven voor injecties geven een matige daling van de incidentie van huilen en de huilduur bij zuigelingen van 1 tot 12 maanden. Hoewel de resultaten bemoedigend lijken, is verder onderzoek nodig om verschillende concentraties en hoeveelheden van sucrose (of andere zoete oplossingen) met elkaar te vergelijken. 2. Er is onvoldoende bewijs voor het gebruik van zoete oplossingen tijdens kortdurende pijnlijke procedures bij kinderen ouder dan 1 jaar. Meer onderzoek is nodig.

De Aanbeveling

• Orale sucrose werkt mild pijnstillend bij kortdurende pijn tot de leeftijd van 1 jaar.
• Verder onderzoek naar hoeveelheid en concentratie van sucrose binnen deze groep is gewenst.
• Er is onvoldoende bewijs voor het gebruik van sucrose bij kortdurende pijn bij kinderen ouder dan 1 jaar.
• Niveau van evidence: level A

Stap 5: Assess

Toepassing in de praktijk

Kinderen in ziekenhuizen hebben dagelijks te maken met kortdurende pijnlijke procedures. Pijn en stress kunnen negatieve emotionele en psychische gevolgen hebben, die nog lang invloed kunnen hebben. Het is daarom van belang dat pijn en stress worden voorkomen. Een kleine hoeveelheid sucrose reduceert bij kinderen van 1-12 maanden effectief pijn bij prikken. Over de hoeveelheid en concentratie van de sucrose (of andere zoete oplossingen) is nog geen consensus.

Bronvermelding

1. Harrison D, Stevens B, Bueno M, et al. Efficacy of sweet solutions for analgesia in infants between 1 and 12 months of age: a systematic review. Archives of Disease in Childhood, 2010: 95(6):406–413.
2. Harrison D, Yamada J, Adams-Webber T, et al. Sweet tasting solutions for reduction of needle-related procedural pain in children aged one to 16 years. Cochrane Database of Systematic Reviews 2011, Issue 10. Art. No.: CD008408. DOI: 10.1002/14651858.CD008408.pub2.

Geef een reactie